Op een voorjaarsdag schuiven we aan bij de koffietafel van Erik en zoon Mark Pomper, in het Drentse Hijken. Aan tafel zitten ook medewerkers Bert en Marcel. Samen vertellen ze over het ontstaan van het bedrijf, samenwerking, het denken in generaties en meebewegen met de markt.

Dromen, durven, doen

Nadat Erik in 1989 van school kwam, ging hij bij zijn vader aan de slag op het akkerbouwbedrijf. ‘Thuis hadden we de regel: ga er eerst maar eens uit om ergens anders te kijken. Dus na een halfjaar ben ik op zoek gegaan naar ander werk. Toen kwam ik terecht bij een opfokbedrijf voor moederdieren. Daar heb ik vijf jaar gewerkt’, vertelt Erik. Samen met zijn vrouw kocht hij in 1995 de eerste locatie in Hijken en bouwden ze alles vanaf de grond op. ‘We zijn met niks begonnen, 0,0. Waar ik meer de voorkant deed, regelde mijn vrouw alles aan de achterkant’.

Dat ondernemen soms ook uitdagingen kent, ervaarde Erik ook in de beginjaren. De vergunning voor het houden van pluimvee op die locatie kwam pas drie jaar later. ‘In 1998 werd de vergunning afgegeven, waarna we meteen de eerste stal hebben gebouwd. Twee jaar later, in 2000 bouwden we de tweede stal en in 2003 bouwden we de derde.’ In de loop van de jaren groeit het bedrijf verder en inmiddels zijn er zes stallen.

‘In 2016 hebben we het varkensbedrijf van de buurman erbij gekocht, dat we hebben omgezet naar een pluimveebedrijf’, legt Erik uit. Mark voegt daaraan toe: ‘we hebben de stallen in eerste instantie gebouwd voor reguliere vleeskuikens, maar zijn een jaar later omgeschakeld naar 1-ster Beter Leven-keurmerk. Dit mede door veranderende wet- en regelgeving en met het oog op de toekomst.’ Onlangs zijn meerdere stallen voorzien van nieuwe uitlopen.  Op het bedrijf werden vier nieuwe vleeskuikenstallen gebouwd en daar komt binnenkort nog een vijfde stal bij.

Naast de locaties in Hijken, heeft de familie ook een gezamenlijk pluimveebedrijf in Holwierde met twee andere ondernemers. ‘Daar is Bas, een andere collega, bedrijfsleider’, vertelt Erik. Inmiddels bestaat het bedrijf uit een akkerbouwtak en een pluimveetak. Aan de akkerbouwkant verbouwt het bedrijf lelies, graan, suikerbieten en uien. De pluimveetak bestaat uit drie locaties, met in totaal 340.000 1-ster Beter Leven vleeskuikens. Binnenkort wordt een nieuwe stal op een van de locaties gebouwd, daarmee groeit het bedrijf naar 396.000 vleeskuikens.

Doorgeven aan de volgende generatie

Erik runt samen met zijn vrouw 35 jaar lang hun bedrijf in Hijken. Samen hebben ze drie kinderen; twee dochters en één zoon: Mark. Eind vorig jaar heeft Mark het stokje deels overgenomen van zijn vader. ‘Vanaf jongs af aan wilde ik altijd wel graag met het bedrijf verder’, vertelt Mark. Hij vervolgt: ‘in het begin was ik vooral meer van de akkerbouw en machines, maar langzaam begon ik de kippen ook steeds mooier te vinden’. Door de verschillende disciplines op het bedrijf, is er ook veel afwisseling in de werkzaamheden. ‘In de ochtend verzet je bijvoorbeeld een haspel en daarna ga je de stal in, geen dag is hetzelfde’.

Een hecht team (alles moet op!)

Het runnen van zo’n groot bedrijf is teamwork. Het team bestaat uit Erik, zijn vrouw, zoon Mark, Marcel, Bert en Bas. ‘Het is een genot als je goede mensen zoals zij in het team hebt. De jongens helpen elkaar waar nodig. Marcel pakt vooral de akkerbouw op en Bert houdt de pluimveetak op de tweede locatie draaiende’, vertelt Erik trots. Achter de schermen is de vrouw van Erik de onmisbare spil voor de boekhouding. ‘Zonder mijn moeder zijn we nergens’, lacht Mark. Marcel, een goede kameraad van Mark, bleef na zijn stage ‘plakken’. Bert bracht vijf jaar geleden meer dan 22 jaar ervaring mee vanuit een ander pluimveebedrijf. Erik zegt trots: „We kunnen het niet alleen, we doen het met de jong’n. We zijn gewoon echt één team en doar ben ik heel wies met!”

Die goede sfeer zorgt door de jaren heen voor mooie anekdotes op de werkvloer. Vrijdagmiddag is traditiegetrouw snackmiddag, waarbij Erik de frituurpan aanslingert voor iedereen die op het erf rondloopt. ‘Mijn motto is: als er op vrijdag snacks overblijven, wordt er volgende week niet gekookt. Alles moet op!’, lacht Erik. Ook de monteurs van Geissler moeten er steevast aan geloven. ‘Ze eten zich altijd helemaal klem, bang dat ze de week erop niks krijgen. We hebben wel eens meegemaakt dat ze hier rollend de deur
uit gingen.’

Van Agrotechniek naar Geissler Installatietechniek

Bij een agrarisch bedrijf hoort een installatieur die de sector snapt en snel schakelt. Voor de familie Pomper is dat al sinds jaar en dag Geissler Installatietechniek. Veel monteurs komen er dan ook al decennia over de vloer. Nadat Agrotechniek destijds samenging met Geissler, veranderde aan die warme band gelukkig niets. ‘Ik vind de band die je met elkaar hebt gewoon mooi. Korte lijnen! Tuurlijk is er wel eens wat, maar dat is overal’, vertelt Erik. Hij vervolgt: ‘Alles is mogelijk in overleg en op basis van goed vertrouwen, dat maakt de samenwerking
zo mooi.’

In de stallen zitten verschillende installaties, van onder andere Fancom, Impex en Wesselman.  ‘Wat gewoon heel waardevol is voor ons, is de kennis die jullie in huis hebben. Op elk vlak is er wel een specialist die je kan helpen.’

Uitdagingen in de sector

De agrarische sector ligt de laatste jaren onder een vergrootglas en dat brengt uitdagingen met zich mee. Stikstof, vergunningen en de constant veranderende wet- en regelgeving maken het ondernemers de laatste jaren niet makkelijk. Wat vandaag geldt, kan over een paar maanden weer anders zijn. Dat maakt anticiperen lastig. Als ondernemer in deze sector wil je het liefst investeren op basis van een stabiel beleid voor de komende dertig jaar. Alleen dan kun je echt gericht bouwen aan de toekomst. ‘Kijk, als je een beleid maakt, moet je een beleid maken voor 30 jaar. Dan kun je erop investeren en inspelen. Wat er nu gebeurt, daar kun je niet op anticiperen’, vertellen Erik en Mark. Erik vult aan: ‘We onderschatten soms hoe belangrijk een sterke, eigen agrarische voedselketen is. Als we te veel afhankelijk worden van import uit het buitenland, is dat denk ik hartstikke verkeerd’. Medewerker Bert haakt daarop in: ‘Precies, en dat geldt ook voor de vakkennis in onze sector. Als dat verdwijnt is dat gewoon zo jammer’, voegt Bert toe.

Slim vooruitkijken naar de toekomst

Om dezelfde dynamiek ook voor de volgende generatie te garanderen, zet het bedrijf volop in op innovatie en modernisering. ‘Bert en ik worden natuurlijk ook een dagje ouder’, vertelt Erik nuchter. ‘Als wij op termijn een stapje terug willen doen, moet het bedrijf soepel door kunnen draaien voor de jong’n. Omdat we qua aantal medewerkers liever compact blijven, richten we de processen nu al zo efficiënt en werkbaar mogelijk in.’ De eerdere overstap naar het 1-ster Beter Leven-keurmerk helpt hier enorm bij, omdat dit de arbeidsintensiviteit op de vloer vermindert en het werk overzichtelijk houdt. Mark sluit vastberaden af: ‘Als jonge ondernemer blijf ik natuurlijk altijd kijken naar nieuwe kansen. Groei zit voor ons nu vooral in slimme technieken en modernisering. Stilstand is achteruitgang; door te blijven innoveren zorgen we dat we klaar zijn voor de toekomst’.

Bekijk meer berichten